In het kielzog van het proefschrift van Irina Georgieva (Artikel), waarin nut en noodzaak van dwangmaatregelen in de psychiatrie (op zichzelf terecht) ter discussie worden gesteld (maar wel een boekje waar mijn bloeddruk vanwege enkele ongenuanceerde interpretaties al flink door is gestegen), is er nu een boekje verschenen van prof. Pieter Ippel over de gang van zaken tijdens BOPZ-zittingen (Artikel).

De teneur…, wij hebben geen respect voor de rechtsgang… Mijn eerste reactie…, juristen snappen  inderdaad he-le-maal niets van gezondheidszorg…

Het is een bevreemdende botsing van culturen als je als dokter (vaak in de rol van arts-assistent) voor het eerst een BOPZ-zitting bijwoont… Een patiënt waar je enkele uren tot dagen geleden nog rollebollend mee door de gang ging, of je nét nog dreigde met hele nare zaken (vanzelfsprekend in verwarde toestand), zit tegenover de rechter… En is (mede dankzij de noodmedicatie) nu even rustig… De advocaat (die goed in zijn/haar rol zit) pleit daarom voor opheffing van de maatregel “want er is immers niets aan de hand zoals u kunt zien”…, “bovendien zegt patiënt tegen mij zich absoluut aan alle afspraken te willen houden, als hij/zij niet langer opgenomen hoeft te zijn”…

Als dokter weet je dat de gestelde diagnose (gelukkig, want anders werd ons vak volstrekt onmogelijk) een hoge voorspellende waarde heeft voor de toekomst. Iemand die vanuit bijvoorbeeld een manische psychose (in het kader van een Bipolaire I Stoornis) denkt God te zijn, in de aanloop voor de gedwongen opname het verkeer heeft staan regelen, zijn/haar medicatie niet heeft gebruikt (al beweert hij/zij natuurlijk bij hoog en bij laag dat dát wel zo is; lang leve de bloedspiegel-controle), zich aan geen enkele afspraak of regel houdt, op zijn/haar gedrag niet is aan te spreken (logisch, anders was een gedwongen opname natuurlijk niet nodig), en bovendien de nodige agressie/bedreigingen heeft geuit voor én na opname, is écht niet in een paar uur/dagen beter…

Dus als de rechter, vaak na een dag of 3 (max 5) de patiënt ziet, kan deze wel rustiger zijn en minder verward dan bij opname (we zijn tenslotte een ziekenhuis, en gaan niet zitten wachten met behandelen totdat de rechter heeft kunnen beoordelen of wij de indicatie wel goed hebben gesteld), maar het is een héél slecht plan om de patiënt op dat moment volledig wilsbekwaam te achten en volledig op zijn/haar woord te geloven…

Juristen snappen dit niet.. is mijn ervaring…., wat lijkt te worden ondersteund door het boekje van Pieter Ippel… Als hij bijvoorbeeld aangeeft dat een rechtszitting wat hem betreft niet plaats had hoeven vinden in de (voorruimte van) de separeer, doet hij een uitspraak over zijn inschatting van het risico… De patiënt is in zijn ogen rustig…, dus…

Mijn ervaring, en die van veel van mijn collega’s, is dat juristen (rechters én advocaten) dit risico vaak helemaal niet kunnen inschatten… Ze komen te dicht bij verwarde patiënten staan, vragen te lang door, stellen te moeilijke vragen, maken onsamenhangende antwoorden samenhangend door de gaten met eigen ideeën in te vullen, enzovoort… Ondanks het feit dat ik er in mijn kliniek op toezie dat de veiligheid van de rechtbank goed gewaarborgd wordt, komt het toch een aantal keren per jaar voor dat ik de rechter of de advocaat moet redden door aan te geven “dat het volgens mij goed is om af te ronden, omdat ik zie dat de spanning bij de patiënt toeneemt”…

Ongelukken komen echter helaas ook voor, vooral (maar niet alléén) bij thuiszittingen (waar de Rechtbank dus aan huis komt). Waarbij de rechter ernstig fysiek bedreigd wordt en/of klappen krijgt. Ook advocaten komen wel eens in de problemen als zij er (vanuit hun perspectief begrijpelijkerwijs) op staan hun cliënt alleen te spreken… Ik raad ze dan ook altijd aan een noodpieper mee te nemen…

De kloof tussen de wereld der juristen – waarin dingen recht zijn en zelden krom, en helder zijn omdat ze zo zij afgesproken – en de wereld der medici – waarin kansen en risico’s de verwachtingen voor de toekomst bepalen – is groot…