Jeroen heeft een heel heldere visie op waar het naar toe moet met de (geestelijke) gezondheidszorg. De huidige werkwijze, zo stelt hij vast, loopt steeds vaker tegen haar grenzen aan. Mede daarom heeft hij de ‘diagnostische camera’ ontwikkeld. Daarmee kunnen specialisten in een fractie van de tijd en voor een fractie van de kosten hoogwaardige diagnoses te stellen. En dat, zo stelt Jeroen, is hard nodig om aan de vragen uit de samenleving te kunnen voldoen.

Jeroen barst van de energie, op het ADHDerige af. Vroeger realiseerde zijn moeder zich al, dat als ze het thuis een beetje kalm wilde houden, ze hem voldoende te doen moest geven. Hij sportte daarom intensief: stond in de zomer op het honkbalveld en speelde volleybal in de winter. En omdat hij niks half doet, speelde hij al snel in Jong Oranje. Ja: honkbal én volleybal!

Maar hoewel hij nog steeds intensief sport, stopte hij destijds resoluut want topsport was niet te combineren met tentamens. Hij werd arts om mensen te helpen, en specialiseerde zich als psychiater omdat hij ‘wil snappen hoe dingen werken’ en in het menselijk brein de grootste uitdaging zag.

Jeroen is getrouwd met een al even energieke vrouw en heeft twee twee-eiige meisjes van tien. Hij noemt zichzelf ‘betweterig’, heeft een fotografisch geheugen en is een wetenschapper in hart en nieren. Hij kookt graag complex frans, maar maakt een wrede Pom (‘alleen die van mijn moeder is beter’). Hij leest alles van Tolkien en kan Stephen King niet verdragen. En Jeroen ‘heeft iets’ met de krijgskunsten. Zo bekwaamt hij zich in worstelen, Kenpo karate, Eskrima, AMOK en The Movement van Ido Portal. En vraag hem momenteel alleen naar het Europees Tweehandszwaard als je een paar uur hebt om naar zijn enthousiaste verhalen te luisteren.